Abraham Philip (Albert) Barend
Groningen, 23 september 1942
Achtergrond en gezin
Abraham Philip (Albert) werd geboren op 23 september 1942 in Groningen. Zijn ouders waren Philip (Flip) Barend en zijn vrouw Betty Magriet (geboren Van der Kar). Zijn vader was directeur van een fabriek, zijn moeder werkte als accountant.
Het onderduiken
Toen het gezin moest onderduiken, vertrokken ze eerst naar Wijckel in Friesland. Na vier maanden moest er echter een nieuw onderduikadres worden gezocht omdat de situatie te gevaarlijk werd. Via een kruidenhandelaar, die als koerier werkte voor een plaatselijke verzetsgroep onder leiding van een zekere meneer Van der Waal uit Balk, kwamen ze terecht bij de familie De Vries-Haga.
De familie De Vries-Haga
Jelle (geboren 1909) en zijn vrouw Jeltje (geboren 1911) waren een kinderloos echtpaar dat een melkveebedrijf runde in het kleine dorp Oudega-Kolderwolle, in de provincie Friesland. Het dorp telde destijds zo'n driehonderd inwoners. De familie De Vries richtte een ruimte op de zolder in voor de familie Barend, zodat zij uit het zicht bleven.
Het leven op de boerderij
Betty hielp met het schoonmaken van melkbussen en Philip werkte mee op de boerderij. Wanneer er geruchten waren over een huiszoeking, sliep Betty bij de buren. Philip en een van de zonen van de buren, die zelf ook moest onderduiken omdat hij de verplichte tewerkstelling in Duitsland ontliep, brachten de nacht dan door op een van de kleine boten (skรปtsjes) in de buurt van de boerderij.
Jelle en Jeltje slaagden erin de peuter Albert in te schrijven in hun persoonlijk familieboekje als eigen kind, zodat hij zich vrijelijk kon bewegen en zelfs meegenomen kon worden op familiebezoeken. Albert kon onbezorgd spelen op de boerderij, merkte geen gevaar en was nooit bang. Hij nam deel aan het gezinsleven, ging op zondagen mee naar de kerk en kijkt terug op deze periode als een zeer gelukkige tijd. Er was altijd genoeg te eten.
Ontdekking en de Hongerwinter
Ondanks al deze voorzorgsmaatregelen werd Betty tegen het einde van 1944 toch ontdekt bij de buren tijdens een huiszoeking. Hoewel ze valse identiteitspapieren bij zich had, werd ze overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. Omdat er op dat moment geen treinen meer reden die Joden naar "het Oosten" deporteerden, bleef Betty in het kamp totdat het werd bevrijd.
Hoewel de aanwezigheid van Philip en Albert nu een extra risico vormde voor de familie De Vries, mochten ze desondanks blijven. Als voorzorgsmaatregel werd Albert enkele weken ondergebracht bij familieleden van de buren. Tijdens de beruchte Hongerwinter van 1944-1945 zorgden Jelle en Jeltje ook voor voedsel voor Betty's zus, die elders ondergedoken zat.
Bevrijding en naoorlogse band
Vader en Albert bleven bij de familie De Vries totdat de provincie Friesland in april 1945 werd bevrijd. Daarna onderhielden ze altijd nauw contact. Albert bracht elke vakantie door op de boerderij en beschouwde Jelle en Jeltje als zijn ouders, tot aan hun overlijden.
Op 5 september 2005 erkende Yad Vashem Jelle de Vries en Jeltje de Vries-Haga als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Na de oorlog
Na de oorlog keerde het gezin terug naar Amsterdam. De vader verliet het gezin en liet niets meer van zich horen. De moeder zorgde alleen voor Albert en zijn broer, die na de oorlog was geboren.
Gallery
Gallery Images
Site Policy
Using our website constitutes agreement to our Privacy Policy and Site Regulation. We use cookies to improve your experience and analyze site usage.
US
DE