Ruth Lipschitz - De Leeuw
Geboren in Haifa (1937)
Achtergrond
Ruth Liphshitz werd in 1937 geboren in Haifa als kind van Nederlandse ouders die naar Palestina waren geëmigreerd. Haar vader was musicus en timmerman, haar moeder advocate. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog besloten haar ouders familie en vrienden in Nederland te bezoeken. Wat een kort verblijf zou worden, werd een reis zonder terugkeer.
Aankomst in Nederland
Toen de Duitsers Rotterdam bombardeerden, was Ruth doods-bang. De angst was zo groot dat de dokter adviseerde Rotterdam te verlaten. Het gezin trok naar Hilversum, naar de familie Stuiveling, vrienden van de ouders. In 1940 werd haar broertje Ruben geboren.
Onderduik in Renkum (1942)
In 1942, toen de dreiging voor Joden in Nederland haar hoogtepunt bereikte, besloten Ruths ouders onder te duiken in Wageningen. Ruth, destijds vijf jaar oud, en haar drie jaar jongere broertje Ruben werden echter elders ondergebracht: in Renkum, in een klein huisje op het landgoed van een baron.
Daar werden Ruth en Ruben, samen met tien andere kinderen, verborgen op een zolder — onder het toezicht van mevrouw Bos, een streng ogende alleenstaande vrouw met een kind met een beperking.
Het leven op de zolder : Mevrouw Bos vroeg de ouders hoge geldbedragen voor onderdak en voedsel, maar het leven daar was verre van menswaardig. De zolder was hun hele wereld: bedompte lucht, kale muren, geen speelgoed — op een bol wol na. Ruth en Ruben deelden een kinderbedje; de anderen sliepen op dunne matrassen op de grond. Niemand mocht ooit naar beneden. Spreken was gevaarlijk, bewegen riskant. Mevrouw Bos hanteerde een streng regime. Alleen het kleine Ruben werd met vriendelijkheid behandeld; de rest met afstandelijkheid en strengheid.
Ruth herinnert zich de honger, het schaarse eten, luizenplagen, schurft en de constante angst. Het enige wat ze deden was breien.
Bedreigingen en leugens : Wanneer haar vader op bezoek kwam, kleedde mevrouw Bos haar netjes aan en dreigde dat Ruth niet mocht vertellen dat er nog andere kinderen in huis verstopt zaten — anders zou ze gestraft worden. Ruth was erg bang voor de vrouw, die handtastelijk was. Als straf werden de kinderen in een poepbak gezet. Toen Ruth naar haar moeder vroeg, zei mevrouw Bos dat haar moeder niet zou komen — dat ze dood was, dat ze verbrand was.
De razzia: Er werd geroddeld in Renkum. Mensen wisten dat mevrouw Bos Joodse kinderen verborg. Ze werd meerdere keren verraden. Tijdens een inval van Duitse soldaten moesten de kinderen zich verstoppen onder een luik en urenlang stil blijven — stil als muisjes. Geen adem, geen traan, geen geluid.
Bevrijding (begin 1945)
Na tweeënhalf jaar lukte het hun vader begin 1945 om hen uit Renkum te halen. Het laatste halfjaar doken ze allen onder in Driebergen, bij de familie Schurman, totdat de bevrijding kwam.
Hun vader had hen in Renkum tweemaal bezocht, met groot persoonlijk risico. Hun moeder — met een opvallend Joods uiterlijk — zagen ze meer dan twee jaar niet.
Na de oorlog
Ruth was bang geweest, maar beweerde later dat de oorlog haar innerlijk nooit had beschadigd. Na de oorlog onderging ze therapie, maar ze zegt dat het haar dagelijks leven nooit heeft beïnvloed. Ze wilde verder. Overleven was slechts het begin.
Na de oorlog vestigde haar vader zich in Amsterdam, vanwaar hij hen soms bezocht. Ruths ouders scheidden nooit, maar spraken ook nooit over de oorlog. De stilte van de zolder leek zich voort te zetten in hun volwassen leven.
Gallery
Gallery Images
Site Policy
Using our website constitutes agreement to our Privacy Policy and Site Regulation. We use cookies to improve your experience and analyze site usage.
US
DE